Slimreizen - Ervaringen en kennis uit de praktijk Home Over deze site Geef uw reactie
 
  • In het kort
  • Organisatie
  • Locatie
  • Vraagstuk
  • Maatregel
  • Baten
  • Kosten
  • Fiscaal
  • Tijd
  • Promotie
  • Tips
  • Meer weten?
  

Van Gansewinkel - Zuinig rijden: milieubewust én kostenbesparend

PROMOTIE

Het Nieuwe Rijden werd binnen Van Gansewinkel gepromoot met de campagne Zuinig rijden: een kwestie van ‘om'schakelen. Het doel was tweeledig:

  • Chauffeurs en leaserijders informeren over Het Nieuwe Rijden en daarvoor draagvlak en enthousiasme creëren.
  • Het rijgedrag van chauffeurs en leaserijders beïnvloeden, c.q. zuinig rijgedrag stimuleren.


De campagne richtte zich in eerste instantie op de chauffeurs (veruit de grootste groep) en werd ontwikkeld in nauwe samenwerking met een reclamebureau. Belangrijke overwegingen waren:

  • Betrekken van VTL bij de campagne(voorbereidingen). VTL verzorgt de chauffeursopleiding voor Van Gansewinkel én is betrokken bij Het Nieuwe Rijden. Een goede aansluiting bij de informatie die VTL de chauffeurs al gaf, leverde extra herkenning en een coherente campagne op.
  • Inspelen op wat de chauffeurs prikkelt om hun rijgedrag aan te passen. Dat is niet het milieuaspect, maar veeleer het feit dat je daarmee goed voor je voertuig zorgt: minder slijtage aan banden, remmen, et cetera.
  • Aansluiten bij de identiteit van Van Gansewinkel. Niet te groen (want dat spreekt de chauffeurs niet aan) maar ook niet te macho. Een ‘King of the road'-imago past niet bij Van Gansewinkel.
  • Zorgen voor ludieke elementen in de campagne, zoals gadgets, waardoor het zuinig rijden ‘gaat leven'.


Er werd een campagne opgezet van één jaar, verdeeld in vier tijdvakken van drie maanden. In ieder tijdvak stond één speerpunt centraal:

1. Stationair draaien.
2. Gelijkmatig rijden.
3. Uitrollen en terugschakelen.
4. Minder toeren maken in hogere versnellingen.


De campagne werd gelanceerd met een hoofdfolder. Daarna bestond elk van de vier campagneonderdelen uit:

  • Een kick-off met posters, voor iedere medewerker een gadget (een das met de slogan ‘De brandstofprijzen doen ons de das om, we moeten zuiniger rijden!') en een videojournaal dat op iedere vestiging op hetzelfde moment vertoond werd (van 9.00 tot 10.00 uur). Vaste onderdelen: de presentatie door ‘Zeeuws meisje' en een interview met een chauffeur op locatie (als rolmodel en ter herkenning).
  • Een flyer met uitleg en tips.
  • Een introductiecadeautje (zoals een strandbal met de tekst ‘Laat ‘m rollen deze zomer' bij het speerpunt ‘Uitrollen en terugschakelen').
  • Gadgets zoals stickers voor op de broodtrommel of de rijmap.
  • Een prijs voor de meest bewuste rijder.
  • Roadmiles die zuinig rijgedrag beloonden en waarmee chauffeurs konden sparen voor gadgets.


En daarnaast:

  • Twee chauffeursbijeenkomsten gewijd aan Zuinig Rijden (toolboxmeetings - praktische informatie en ervaringsuitwisseling)
  • Zes artikelen in Ganseveer, het tweemaandelijks bedrijfsblad.
  • Een speciaal e-mailadres waarmee chauffeurs feedback konden geven op de campagne.

 

Herkenbaarheid

Voor de campagne werd een speciaal character ontwikkeld: Pompie, een poppetje in de vorm van een benzinepomp. Dat character kwam op alle campagne-uitingen terug en vergrootte zo de herkenbaarheid van de campagne.

 Prijs voor de meest bewuste rijder

Groot succes was het wedstrijdelement dat in de campagne werd opgenomen. Per campagnetijdvak (speerpunt) was er in iedere regio een prijs voor de ‘meest bewuste rijder': 1000 euro, te besteden aan een goed doel naar eigen keuze. Medewerkers kozen onder andere CliniClowns, de eigen voetbalclub en de plaatselijke fanfare. Dit wedstrijdelement zorgde voor:

  • Extra betrokkenheid en motivatie bij de chauffeurs.
  • Spin-off op in de vorm van positieve publiciteit in de regionale dagbladen. (Van Gansewinkel wil besparen, werkt milieubewust en geeft een goede invulling aan maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.)
  • Een constructieve discussie over ‘Zuinig Rijden' binnen het bedrijf. (Bijvoorbeeld de regiomanager die naar het hoofdkantoor terugkoppelde dat hij weliswaar gelijk was gebleven in het brandstofgebruik, maar daarmee wél 7 procent meer containerledigingen had verricht.)


Bij Van Gansewinkel rijden chauffeurs op een ‘eigen' wagen. Aan het eind van de dag tankt de chauffeur de wagen met de bijbehorende tankkaart op de thuisbasis af. Het aantal liters wordt gekoppeld aan het afgelegde aantal kilometers, dat wordt geregistreerd met bedrijfsapplicatie Clear. Dit vormde de basis voor de wedstrijdmeting. De wedstrijd beloonde bewust niet:

  • De zuinigste chauffeur (omdat chauffeurs met een oude, onzuinige wagen dan in het nadeel zouden zijn).
  • De chauffeur met de grootste brandstofbesparing (omdat chauffeurs die al zuinig reden dan in het nadeel zouden zijn).


In plaats daarvan vond een nulmeting plaats. Voor de start van de campagne werd gedurende ongeveer drie maanden van iedere chauffeur/vrachtwagen het brandstofverbruik bijgehouden. De chauffeurs konden nu met elkaar wedijveren voor de titel ‘Meest bewuste rijder' op basis van:

  • Een persoonlijk target, gebaseerd op historisch brandstofverbruik, de technische mogelijkheden van de vrachtwagen, de route en het seizoen.
  • Zuinig gedrag, zoals het controleren van de bandenspanning, et cetera.

 

Blijvende aandacht vereist

De concrete uitwerking van de wedstrijd verschilde per regio. In één regio werden de scores iedere dag op een groot scherm in de kantine gezet. Dat vergrootte de competitie. Toch blijft de uiteindelijke brandstofbesparing met een verwachte 2 à 3 procent achter bij de doelstelling van 5 procent. Niet in elke regio staat Zuinig Rijden nog steeds even hoog op de agenda. Die afnemende belangstelling is terug te zien in een weer oplopend brandstofverbruik. Dat geeft aan dat Zuinig Rijden niet bij een eenmalige actie mag blijven, maar blijvende aandacht behoeft. Van Gansewinkel ziet daar de volgende mogelijkheden voor:

  • Vastleggen van de Zuinig Rijden-targets in de persoonlijke doelstellingen van de chauffeurs en deze meenemen in de functioneringsgesprekken.
  • Vaste mentoren in de regio, die Zuinig Rijden onder de aandacht houden bij chauffeurs, planners en managers.
  • Technische hulpmiddelen, zoals de toerentalbegrenzer waarmee Van Gansewinkel experimenteert of de snelheidsbegrenzer die al van 89 naar 80 km is teruggezet.
Download project als PDFStuur deze pagina als e-mailPrint dit project