Voor de verhuizing bestond er bij medewerkers veel weerstand om de overstap van de auto naar het OV voor woon-werkverkeer te maken. Twee elementen waren doorslaggevend in de communicatie: - Het aanbieden van een redelijk alternatief: volledige reiskostenvergoeding voor wie het OV gebruikt.
- Een kostenvergelijking tussen het gebruik van het OV en de auto voor woon-werkverkeer.
Van Leliveld: "Medewerkers stellen zich bij een dergelijke verandering vooral de vraag: What's in it for me? Op die vraag moet je antwoord kunnen geven. Bij ons was dat een uitbreiding van de OV-vergoeding tot 100 procent, waar voorheen een vergoeding bestond die niet kostendekkend was (vaste reiskostenvergoeding volgens het belastingstelsel op basis van de kilometers voor woon-werkverkeer). Ook het inzichtelijk maken van de kosten creëerde draagvlak voor verandering. "Het OV viel beter uit dan veel medewerkers hadden verwacht. Sommige medewerkers kwamen al jaren met de auto naar het werk en hadden al heel lang niet meer over alternatieven nagedacht. | Zo'n kostenvergelijking tussen de auto en het OV is dan verhelderend. Voor de verhuizing hoorde ik veel bezwaren en dacht ik ‘dit wordt een zware dobber', maar eenmaal in het nieuwe pand was iedereen heel snel tevreden met de nieuwe regeling." Verfijning en verscherping Niet alle maatregelen werden in één keer ingevoerd. "Toen de basis van het beleid eenmaal stevig stond, zijn we gaan inzoomen op specifieke doelgroepen", licht Van Leliveld toe. "De regeling voor carpoolers is daarvan een voorbeeld." Met de eigen bijdrage die medewerkers voor een parkeerplaats betalen, werd het beleid ook aangescherpt. Voor het management stond vanaf het begin vast dat deze maatregel zou worden ingevoerd, maar communicatie hierover werd bewust pas later ingezet. "Daardoor konden medewerkers wennen en was de eerste stap niet te groot." |